Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongeboeid, opdat hij niet te langzaam zou gaan. Al de geloovigen konden hem goed zien. Toen zijn wit hoofd tusschen de ijzeren helmen der soldaten zichtbaar werd, hoorde men zacht snikken, dat echter dadelijk weer onderdrukt werd; want op het gelaat van den grijsaard lag zulk eene groote kalmte, het straalde van zooveel tevredenheid en geluk, dat allen begrepen, dat hij geen ten doode gewijd offer, maar een trioinfeerend overwinnaar was.

En werkelijk, van de deemoedige, vroeger zoo gebogen ge stalte van den visscher was niets meer te zien; vol waardigheid schreed hij voorwaarts. Nooit had er uit zijn wezen zooveel majesteit gesproken. Hij geleek een door het volk en soldaten begeleiden monarch. Van alle kanten hoorde men stemmen:

„Daar is Petrus, die tot den Heer gaat!" Allen vergaten, dat martelingen en dood hem wachtten. Met plechtige kalmte ging hij zijn weg, in het bewustzijn dat er sedert den kruisdood op Golgotha zulk eene groote gebeurtenis niet meer was voorgevallen; want zooals de dood van Christus de wereld verlost had, zou zijn dood Rome verlossen. De lieden op straat stonden bij 't zien van dezen grijsaard vol bewondering stil, de geloovigen legden hun de handen op de schouders en zeiden:

„Ziet, hoe een rechtvaardige ter dood gaat — een, die Christus kende en de wereld van Zijne liefde verhaalde. Ën de aangesprokenen gingen nadenkend huns weegs en zeiden tot zichzelf: „Waarlijk zoo'n man kan geen misdadiger geweest zijn."

Petrus iiep rustig verder, sloeg de oogen ten hemel en sprak:

„O, Heer, Gij hebt mij bevolen deze wereldstad te veroveren; ik heb 't gedaan. Gij hebt mij bevolen hier Uw zetel op te slaan, ik heb 't gedaan. Nu is 't Uwe stad, o, Heer, en «V ga tot U, want ik heb veel gearbeid."

Toen hij langs de tempels kwam zei hij:

„Gij zult Christentempels worden."

Zich tot de volksmenigte keerend, vervolgde nij :

„Uwe kinderen zullen dienaren van Christus zijn."

Zoo naderden zij de plaats waar het kruis opgericht zou worden. Eenige soldaten groeven een gat, anderen legden kruis, hamer en spijkers op den grond neer en wachtten tot alle voorbereidingen afgeloopen zouden zijn. De nog altijd rustige en aandachtige menigte knielde er omheen. Voor 't laatst

1

Sluiten