Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

334

HOOFDSTUK LXV.

Vinicius aan Petronius.

Wij zijn op de hoogte van alles wat er in Rome voorvalt en wat wij nog niet wisten, dat vertellen ons uwe brieven. 'iij vraagt mij of wij ons nu buiten gevaar bevinden. Ik antwoord u, wij zijn vergeten. Uit de gaanderij, waar ik zit te schrijven, zie ik eene kalme baai en daarin Ursus in een schuitje, die een net in het heldere water laat zinken. Mijn gade zit naast mij te spinnen en in den tuin zingen mijne slaven in de schaduw der amandelboomen. O, welk een rust, Carrissime. *) Verdwenen zijn vrees en smart! En Christus, onze God en Verlosser, zegent ons. En hen, die voor de waar lieid stierven, zullen wij wederzien. Petrus en Paulus zijn voor ons niet dood, zij werden tot nieuwe heerlijkheid geboren. Onze zielen zien hen, en al weenen onze oogen, onze harten verheugen zich over hunne zaligheid. 0, ja, mijn dierbare vriend, wij zijn gelukkig, wij bezitten een geluk, dat niets verstoren kan, daar de dood, waarmee bij u alles eindigt, voor ons een overgang tot volmaakte rust is.

En zoo vergaan hier de dagen en maanden in vrede des harten. Onze dienaren en slaven gelooven evenals wij aan Christus en aan de leer Zijner liefde; daarom hebben wij elkander lief. Dikwijls spreken Lygia en ik over alles wat er gebeurd is en mijne ziel looft den Heer, die haar uit de arena redde en haar mij voor altijd teruggaf. O, Petronius, gij hebt gezien welke kracht, 'welken troost deze gods dienst in het ongeluk geeft, hoeveel geduld en moed in het lijden, kom nu hierheen en zie ook, hoeveel geluk hij geven kan. \reile wacht u hier, en de oprechte liefde onzer harten. Gij, die eene edele ziel bezit, zult ook gelukkig worden. Gij zult de Waarheid erkennen en haar ook liefhebben. Gij kunt niet onverschillig tegenover haar blijven. 0. Petronius, Lygia en ik troosten ons met de hoop, u spoedig te zien."

Petronius ontving dezen brief in Camae, waarheen hij met de andere hovelingen den Keizer gevolgd was. Zijn jarenlange strijd met Tigellinus naderde zijn einde. Petronius wist

l) Mijn beste.

Sluiten