Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al schrijvende doorleefde ik opnieuw den geheelen tocht: tal van half vergeten ontmoetingen kwamen mij weder levendig voor den geest, telkens herinnerde ik mij kleine gebeurtenissen aan boord, vroolijke gezegden der opvarenden. Dat ik deze den lezer niet onthield, zullen mijne tochtgenooten mij ten goede houden. Het was toch mijn streven den lezer een getrouw beeld te geven van ons dagelijksch leven aan boord en hem een weinig belang in te boezemen voor ons werk, dat uit den aard der zaak ook veel eentonigs had, daar het altijd dreggen of rifonderzoek betrof.

Het geheele expeditie-jaar is voor mij onvergetelijk — onvergetelijk ook de fijne hoffelijkheid en ware vriendschap, die ik steeds van mijne tochtgenooten mocht ondervinden, en daaiom was het mijn wensch dit boekje, in vriendelijke herinnering, aan hen op te dragen.

October 1903. A. weuer—

van bosse.

Hij het ter perse gaan van den tweeden druk moet mij een woord van dankbaarheid van het hart, dat het mij gegeven was zooveel belangstelling voor de Siboga-Expeditie te wekken, dat een tweede uitgave van dit werkje, thans in een goedkoopere editie, werd raadzaam geoordeeld. Moge het boekje ook nu bij zijn tweede verschijnen er toe bijdragen om de liefde voor de wetenschap en de lust tot het doen van wetenschappelijke onderzoekingen in onze koloniën te vermeerderen.

October 1904. A. weber—

van kosse.

Sluiten