Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

InIERSTRASZ onverdroten voort, er was slechts iets, dat hem kwaad kon maken en dat was het vallen van het anker.

Zijn plaats was toevallig dicht bij de bakboords-ankerketting en gewoonlijk werd het bakboords-anker gebruikt. Was het zoover, dat dit vallen moest, dan kwam er een matroos het laboratorium binnen „Toewan, djaga" (Mr. pas op). Dan stoof NlERSTRASZ naar buiten „Waar is dat nu weer voor noodig . Meteen klonken van de brug de bekende bevelen: „Uit de ketting" — „Laat vallen het anker". Het anker plofte neer en de ketting sprong met vervaarlijk geraas als een reusachtige slang over het dek, door het laboratorium, een stofwolk van roest om zich heen verspreidende. Dat rumoer en dié stofwolk waren de telkens wederkeerende plagen in NlERSTRASZ' bestaan aan boord.

Van de Paternoster-eilanden bezochten wij ook nog Kawasa, waar Zondagrust gehouden werd. Bij het naderen van dit eiland kon het handlood het ééne oogenblik nog geen grond vinden en het volgende stoomden wij reeds over een rif, waarvan wij de groene, bruine en grijsachtige koralen konden onderscheiden. Dadelijk werd achteruit geslagen en na heel lang zoeken, gelukte het commandant tydeman een ankerplaats te vinden in 5 vaam diepte.

Op onze tochten ondervonden wij dikwijls, dat de kaarten geheel verkeerd waren, zoodra wij de geregelde routes van het verkeer verlieten. Dit waren altijd oogenblikken waarin de zeemanskunst van tydeman een leek het meest trof, maar daar wij later gelegenheid hadden, die kunst nog veel meer te waardeeren, wil ik daarover nu liever zwijgen. Overal echter waar de kaart lacunes of fouten aanwees, waren commandant en officieren er altijd op uit, om die door het doen \an nieuwe opnamen te verbeteren. Den volgenden ochtend werden die opnamen in de long-room uitgerekend en in kaart gebracht en met enthousiasme kon Hoorens van Heyxingen zeggen: „ik heb toch weer zoo heerlijk gerekend, dat doe ik zoo graag".

3

Sluiten