Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelaat van den Oosterling hebben kan, dat gewoonlijk door groote zelfbeheersching ons onverschillig toeschijnt.

Bij Resident Brugman brachten wij op dien dag, gezellig den vooravond door. Den Resident, die algemeen bemind en geacht is, was kort te voren een jongen en een aap door een vorst uit het binnenland ten geschenke gezonden. De aap zat dien avond in een boom en hoe men ook lokte, hij kwam er niet uit. Over het present van den jongen was de Resident al evenmin gesticht: „als kind kosten ze niet veel, maar later moet ik ze toch wat laten leeren, en dan hopen ze, dat ik ze aan een postje helpen zal. Wat zoudt u in Holland van zoo'n presentje zeggen, Mevrouw?"

Dien avond werden mede oude gemeenschappelijke herinneringen opgehaald. Het was in het jaar 1888, dat Professor wlchmann, weber en ik onder geleide van Resident brugman het Zuid-westelijk gedeelte van Celebes doortrokken van Paré-Paré tot Tempe; Resident brugman moest die plaats bezoeken om voor de regeering een contract met den toen nog onafhankelijken vorst van Tempe te sluiten. Te ParéParé leerde ik de vorstin van dit landschap kennen, een inlandsche schoone wier droevig lot en sympathische verschijning mij hebben getroffen, en aan wier vriendelijkheden voor hare blanke gast, die getuigden van een fijn hart, ik nog dikwijls terugdenk. Als jong meisje was zij veel te Makassar en bij den heer brugman aan huis gekomen en deze vertelde ons, hoe zij vroeger een prins van Sidenreng had lief gehad, maar hoe haar oom, de vorst van Sidenreng, haar tegen haar zin uitgehuwelijkt had aan den ouden, opiumschuivenden vorst van Tempe. Aan haar invloed had brugman het te danken, dat hij voorheen veilig tot Tempe had kunnen doordringen en zijn eerste bezoek aan den vorst van dit land had kunnen brengen. Thans was de vorstin van den ouden vorst gescheiden, maar de prins, dien zij lief had gehad, was gestorven. „Ik hoop, dat zij nog eens een prins van Soppeng trouwen zal", zeide brugman, die haar nog iets

Sluiten