Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den passar terug om het rif te onderzoeken ; commandant Tydeman en ik, gevolgd door de baboe, die de wandeling ten slotte toch wat zwaar viel, gingen over land naar Oeloe. De weg loopt door zwaar bosch, hoofdzakelijk langs zee, maar daalt nu eens af in een diep ravijn om daarna weer steil te klimmen tot op een hoogte van waar men een prachtige blik op de zee en de verschillende eilanden heeft. Het oog wordt getroffen door de menigte klapperboomen, die heel Siau bedekken en het in staat stellen jaarlijks een groote hoeveelheid kopra uit te voeren.

Oeloe is een keurig plaatsje; de bevolking zag er goed gekleed uit, de erven waren netjes onderhouden en met heggen omgeven. Wel mag de controleur de Heer van \ reeswijk vreemd hebben opgekeken, toen daar vroeg in den morgen twee Europeanen in zijn voorgalerij stonden, waarvan eene vroeg om een boterham, want de wandeling had mij hongerig gemaakt. Brood kon de Heer van vreeswijk mij niet geven, want het bezit van een bakker behoort nog tot de vrome wenschen der bewoners van Siau, maar een smakelijk ontbijt werd mij voorgezet en geheel verkwikt keerden commandant tydeman en ik met den controleur en den radja naar de Siboga terug, waar beiden bleven rijsttafelen.

Brood, ja zoo'n gewoon versch kadetje of een warme bol, dat was iets om van te watertanden en het was ten strengste onder ons verboden om ooit over die lekkernijen te spreken. Wel deed de hofmeester zijn best en bakte dagelijks brood, maar als je nu geen gist hebt en in plaats daarvan met hop uit blikjes werken moet, bak dan maar eens 'n lekker brood! Aan het ontbijt werd dan ook langzamerhand van alles geprobeerd om het gemis aan lekker brood goed te maken; ik hoop, dat mijn metgezellen het niet zullen beschouwen als uit school klikken, indien ik vertel, wat er al achtereenvolgens aan het ontbijt, behalve het gewone scheepsbrood, gegeten werd: rijst met Australisch vleesch, rijst alleen, gort,

Sluiten