Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dier ongekookt als iets bijzonder lekkers verslond. Op Gebee konden wij niet veel meer uitvoeren. WEBER verzamelde nog enkele steenen in een beek, maar de Siboga kwam in zicht en wij moesten naar haar terugkeeren.

De loodingen door de Siboga dien dag uitgevoerd, bevestigden de opvatting, dat de Halmaheira Zee een diep, afgesloten bekken is, want van de Oostpunt van Halmaheira loopt een onderzeesche drempel, die de Halmaheira Zee van den Pacifischen Oceaan scheidt.

Gebee verlatende zouden wij eerst dreggen en dan naar de Piapisbaai op Waigeoe stoomen om daar ten anker te gaan, doch de afstand, dien wij af moesten leggen was wel wat groot, zoodat er weinig tijd voor dreggen overschoot. Het net bracht dan ook slechts een kleine hoeveelheid modder boven, het had mogelijk wat kort gesleept. Wij kwamen dien dag weder langs tal van eilanden; enkelen waren laag en vlak, anderen daarentegen kantig en spits en deden aan de Lofoden denken, die de Noorsche visschers bij een haaiengebit vergelijken. De namen van vele dezer eilanden herinnerden weder aan de Fransche reizigers der vorige eeuw en hunne schepen zoo b.v. Coquille, Uranie etc. Bij den ingang van straat Bougainville, in zicht van het hooge eiland Roeiéb, zag TYDEMAN plotseling aan het verkleuren van het water, dat er een uitgestrekt rif voor ons lag en liet met volle kracht achteruitstoomen. Het rif bleek zeer groot te zijn en stond niet op de kaart vermeld; zoo moesten wij een heelen omweg maken om er vrij van te blijven en de officieren een scherpen uitkijk houden of er zich geen nieuwe gevaren voordeden. Dit veroorzaakte natuurlijk een heel oponthoud en juist dien dag hadden wij zoo weinig tijd; de zon daalde al en nog lagen Waigeoe en Kaap Forrest zoo bedenkelijk ver! Met geforceerden trek werd doorgestoomd; stil zaten WEBER en ik op de brug en durfden den commandant en zijn officieren niet storen, die al hun aandacht bij de navigatie van het schip noodig hadden, want om in

Sluiten