Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedeelte van den Archipel bestonden verschillende opvattingen. De nieuwste dieptekaarten van berghaus en schuiling stelden het voor, alsof de Banda Zee van de Ceram Zee en dus ook van de Molukken-straat gescheiden ware door een drempel, waarop tusschen Boeroe en Ceram 500 M. water zoude staan; terwijl tusschen Boeroe en de Soela-eilanden een landrug zich zoude uitstrekken van slechts 200 M. diepte. De Banda Zee zou dus ten noorden geheel afgesloten zijn voor Pacifisch water van 3.2° C., want slechts water van veel hooger temperatuur kon over de twee genoemde ondiepe drempels binnenstroomen. Daarentegen vermeldde een oudere kaart van KrüMMEL en een geheel nieuwe van Vivien DE St. Martin en schrader een diepte van 900 M. tusschen Ceram en Boeroe, en een diepte van 3660 M. tusschen Boeroe en de Soela-eilanden. De Ceram Zee op hare beurt stond volgens de kaarten in verbinding met de Molukken-straat, die weder als een soort baai van den Pacifischen Oceaan kan worden opgevat.

Over een en ander diende zekerheid verkregen te worden ; de Siboga begon hare loodingen tusschen Kelang en Boeroe, waar zij een diepte van 940, 1067 en 1183 M. vond. De drempel, die door deze loodingen werd aangetoond, is echter uiterst smal, want ten noorden en ten zuiden van dezen drempel wordt de diepte plotseling veel grooter. De Ceram Zee wees diepten aan van boven de 4000 M., evenwel met een laagste temperatuur gelijk aan die der Banda Zee, namelijk 3.2° C. Deze voor zoodanige diepte hooge temperatuur deed weber veronderstellen, dat er een onderzeesche landrug moest bestaan, die de Ceram Zee van den Pacifischen Oceaan scheidde tot op een diepte van ten hoogste 1600 M. Deze drempel werd ook inderdaad door ons gevonden tusschen Lisamatoela en Obi-major. Tusschen Obi-major en Halmaheira hadden onze loodingen reeds een diepte van 1450 M. aangetoond en tusschen Halmaheira en Gebee een veel geringere diepte, zoodat men gerust mag aannemen, dat

Sluiten