Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen onderzeeschen landrug van de Ceram Zee gescheiden is. Stoomende van de Lucipara- naar de Schildpad-eilanden werd onze aandacht door een nieuw verschil met de bestaande kaarten getroffen. Wij loodden namentlijk 1500 M. op dit traject, en al is dit op zich zelve zeker een respectabele diepte, zoo wees deze looding toch op een groote verheffing van den bodem der Banda Zee, die overal een diepte van 4000 M. en meer heeft. Hierover nadenkende werden de onderzoekingen in deze richting voortgezet en het bleek, dat een onderzeesche rug — wij noemden hem den Siboga-rug — loopt van de Lucipara- naar de Schildpad-eilanden en van daar in de richting naar Banda. Hij bereikt echter de Bandaeilanden niet; groote diepten, van weer ver over de 4000 M., scheiden hem veelmeer van deze eilanden.

Maar ook de overige uitkomsten der Siboga in dit gedeelte van den Archipel waren belangrijk; ter plaatse aangekomen waar op de kaart de groote diepte van 7208 M. vermeld stond, door Sir JOHN MüRRAY het „Weber-deep" gedoopt, werd door ons slechts 444-6» 442^ en 4^37 Het

was onzen leider gegeven, zelf te mogen verklaren, dat het Weber-diep niet bestond, dat hier een vergissing had plaats gegrepen, waarschijnlijk ten gevolge van het looden met een loodlijn in plaats van met pianodraad, zooals thans gebruikelijk is.

Werd tusschen Ambon en Banda door de Siboga een opmerkelijke diepte uitgewischt, tusschen Banda en 1 ioer, daar waar op de zeekaarten geringe diepte aangegeven werd, loodden wij de grootste diepte, die wij op de geheele reis aantroffen. De loodmachine wees eerst 5684 M., een eind verder 4239 M. aan. De uitkomst dezer loodingen, gevoegd bij die eener vroegere looding van 6500 M., doet de veronderstelling te niet, als zou de Banda Zee trapsgewijs in de Arafoera Zee overgaan. Steil, zeer steil verheffen zich juist Tioer, Koer en naburige eilanden uit groote diepte en de hevige stroomen, die tusschen deze eilanden doorloopen,

Sluiten