Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afkomstig verkocht, die wij later te Dammer zelf zouden inruilen van de bevolking, die ze maakte.

Met een vroolijk dinertje aan boord namen wij afscheid van Toeal. Het bleek, dat een der heeren en ik een gezamenlijken kennis in het vaderland hadden, die ook jaren lang in Indië geweest was, en voor wien die heer mij vele groeten medegaf, „doch", ging hij voort, „vertelt u hem niet, dat ik geen bier meer drink, want als hij dat hoort, zegt hij zeker: „Als JACOB geen bier meer drinkt, is het JACOB niet meer!""

Met recht afwisselend succes werd gekord op weg naar Hoog-Kei. De matrozen, die de oude netten herstellen of nieuwe aan den korboom vast moesten maken, hadden overvloed van werk, daar zorgden onderzeesche riffen en klippen wel voor; gelukkig was het, dat de moeite ten slotte ruimschoots beloond werd. Voor de kampong Elat of Bandan-Elat kwamen wij ten anker en begonnen den volgenden dag met een bezoek aan het rif, dat mij een mooie verzameling wieren opleverde. In den namiddag begaven wij ons aan land en zochten den Posthouder, den heer W. op, die de bevolking aanspoorde dieren voor ons te verzamelen, wat de luidruchtige Keineezen met opgewektheid deden. De schilderachtige, maar boven beschrijving vuile kampong is op een smalle strook land gebouwd, waarachter de bergen zich dadelijk vrij steil verheften. Het huis van den Posthouder ligt een eind verder af op een hoogte, omgeven door zwaar bosch. Een gedeelte der kampong wordt bewoond door afstammelingen van de oude bewoners van Banda, die J. PsZN. KOEN door dwangmiddelen, genomen in verband met het monopolie der notemuskaatboomen, van hun eiland verjoeg. Naar hen heet deze kampong Bandan-Elat; maar al hebben de stumperts hier een wijkplaats gevonden, zij leiden hier toch een droevig bestaan. Om aan den kost te komen vervaardigen de vrouwen van Elat potten uit klei, die zij met hun handen

Sluiten