Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bitten en nog al veel ethnographica mede, die hij geruild had tegen messen, kralen, spiegeldoosjes en aardewerk. Rijksdaalders waren ook zeer gewenscht, maar geldstukken van zoo groote waarde kwamen natuurlijk alleen bij de schedels te pas.

De Siboga had op en neer moeten houden, daar er geen ankergrond te vinden was; daarom werd, zoodra de heeren terugkwamen, besloten naar Lamakera te stoomen, waar wij zeker waren een goede ankerplaats te vinden. Lamararap was toch leeggezocht en een langer verblijf overbodig. Straat Boleng inbuigende, werden wij overvallen door een paar flinke buien, die wel kort van duur waren, maar toch een goede voorstelling gaven van de hevigheid, waarmede de westmoesson spoken kan. In den namiddag kwamen wij voor Lamakera ten anker en met woest gejuich kwamen onze vrienden van het vorige jaar in prauwen en prauwtjes aanzetten. Ook de radja verscheen weder met zijn capitano. De inboorlingen brachten allerlei koopwaren aan boord, o. a. veel vogels, zooals kippen en kaketoes, en hun woestheid viel ons ook thans weer bijzonder op niettegenstaande de vele onbeschaafde kampongs, die wij in het verloopen jaar bezocht hadden. Kwam een prauw niet gauw genoeg langs zij, dan sprong de man, die er in wilde, eenvoudig van de campagne in zee en zwom naar de prauw toe; een jongen, die zeker in een verkeerde prauw zat, werd gewoon in zee gegooid zonder dat iemand verder naar hem omkeek en een ander kwam heel van het strand naar ons toezwemmen, omdat de prauwen allen weg waren. Het was voortdurend een oorverdoovend getier van al die opgewonden menschen om ons heen. Zelfs de herhaalde regenbuien, waarvoor anders de inlanders nog al gevoelig zijn, konden hen niet bedaren. Eenige bescherming daartegen zochten enkelen in regenhoeden, een van palmblad vervaardigd hoofddeksel, dat met het intreden van den westmoesson in gebruik was gekomen en van achteren van een langen luifel voorzien was, waaraan een lap

Sluiten