Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die antwoordt: „lk kniel niet, want ik heb een verbond gemaakt met den Potentaat der potentaten."

En toen de oorlog tachtig lange jaren geduurd had en eindelijk de vrede gesloten werd, was Spanje vernederd, arm en machteloos geworden, maar het kleine Nederland was geëerd, rijk en machtig geworden; niemand wist eigenlijk hoe.

De Nederlanders hebben vooral in hun goeden tyd er nooit veel van gehouden om maar altijd thuis te blyven. Ze moesten de heele wereld leeren kennen, en gingen liefst te water overal heen. De Nederlanders zijn kooplui in hun hart en begrepen al vroeg dat een handelaar er op uit moet. Ze zeggen nog: „Een vliegende vogel vangt altijd wat!" Zoodra ze dus ook maar een beetje de handen vrij kregen, deden ze den Spanjaarden en Portugeezen geducht concurrentie aan; en getrouw aan de wapenspreuk „Eendracht maakt macht' sloten de grootste kooplieden zich aaneen en stichtten hun handelmaatschappij: „De Oost-Indische Compagnie."

De vaart op de Oost was toen geen kleinigheid, want lift eerste Suezkanaal, door de oude Pharao's gegraven, was reeds sedert eeuwen en eeuwen verdwenen en het tegenwoordige ontstond pas een paar honderd jaren na den dood van de oprichters der Oost-Indische Compagnie. Do weg „om de Noord" was wel door Barends en Heemskerk gezocht, maar niet gevonden. Alk' schepen moesten du» geheel Afrika omvaren. De Portugeezen hadden reeds lang. maar vergeefs, getracht aan de zuidkust van Afrika voet aan wal te zetten; ze hadden de punt in de vijftiende eeuw dikwijls gezien, maar men weet niet zeker ot' ze er ooit geland zijn.

Doch wel weet men dat de eerste Hollander, die aan tafelbaai aan land stapte, waa.' nu Kaapstad ligt, Jan de Molenaar was, die daar in 't verre Zuiden met vier schepen aankwam in 't zelfde jaar toen zijn landgenooten op NovaZembla overwinterden, in 1595. in 1601 kwam de tweede Hollander, Joris van Spilbergen, die aan den Tafelberg zijn

Sluiten