Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beter dan duizenden zoogenaamd vrije werklieden 't in onze dagen in Europa hebben.

Er waren, zooals ik zei, 85745 slaven in Zuid-Afrika. Ze hadden een gemiddelde waarde van f 1000.— per hoofd. Engeland wilde ze vrijkoopen en moest dus naar alle regelen van recht en cijferkunst, ongeveer zes en dertig miilioen gulden betalen. Het stelde echter slechts drie miilioen daarvoor beschikbaar. Dus kon ieder voor elke duizend gulden waarde niet meer dan f 120.— krijgen! Op die manier zou ik uw geheele bezitting wel willen koopen als mijn geweten 't mij niet verbood. Toch zou men zich daar nog in geschikt hebben, want ieder wilde dat de slavernij afgeschaft werd. Maar de Engelsche regeering bepaalde, volkomen willekeurig, dat de schadevergoeding zou uitbetaald worden, niet in Kaapstad wat toch voor de hand lag. doch alleen in Londen. Die reis kon natuurlijk niemand maken, en dus kwamen er gedienstige opkoopers van de wissels waarmede de prijs betaald werd, en gaven den Boeren gemiddeld f 50.— voor elke f 120.—. Dus kregen ze ten slotte ƒ50.— voor elke f 1000.— ! Engeland verleende dus den éen hulp door don ander in 't ongeluk te storten. Dat zette zooveel kwaad bloed dat velen jarenlang en sommigen voortdurend weigerden het bagatel geld te ontvangen, dat hun toegekend was. Nu nog heeft de Engelsche regeering f 60000.— in kas, die nooit voor de vrijgekochte slaven ontvangen zijn.

Toen kwam ter sprake of men niet „trekken" moest.

Een van de eerste Hugenoten, die in Zuid-Afrika aankwamen, was Joubert. Jozua Fran<;ois Joubert was een zijner afstammelingen; predikant te Uniondale. Dat is een stadje in een heerlijk schoone landstreek, gelegen in het zuiden van de Kaapkolonie tusschen Mosselbaai en PortElisabeth. Het plaatsje ligt in een bekoorlijk dal, waar alles groeit wat men er slechts zaaien of planten wil. Rondom verheffen zich de boschrijke heuvelen en in de verte steken

Sluiten