Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^egen op u daal" hadden toegezongen, bedankte landdrost Schutte namens de HEd. regeering en de familie Joubert de aanwezigen, met name het diplomatieke en consulaire korps, voor de betoonde en gewaardeerde belangstelling én ging men huiswaarts.

De plechtigheid, welke omtrent drie ure was aangevangen, had tot kwart over vijf nm. geduurd.

In Petrus Jacobus Joubert heeft de Zuid-Afrikaansche Republiek, heeft de Afrikaander nasie, een harer edelste leden verloren; een type van de voortrekkers uit Hugenotenbloed is verdwenen; een „held in Israël" is gevallen. Maar een volk, dat zulke mannen te verliezen heeft, blijft ook al vallen zij weg. Joubert was groot, maar geen eenling onder zijn volk. Transvaal heeft, God zij dank. een groote kern van zulke mannen, die weten en instaat zijn om verder te leeren dat men niet moet „vertrouwen op prinsen, op 's menschenkind bij hetwelk geen heil is", maar die hun vertrouwen stellen op den almachtigen God en met Hem rekenen „op hoop tegen hoop"; die genoeg kracht des geloofs en genoeg staal in het bloed hebben om — zooals Kruger het noemde — „hun Gethsemané en hun Golgotha" te krijgen. Die daartoe gesterkt is heeft ten laatste zijn „Hof van Jozef" waar de Paaschmorgen aanlicht.

In dat geloof heeft Joubert het hoofd nedergelegd.

Het geloof aan zijn eigen verrijzenis door Christus Jezus, die „den dood heeft verslonden ter overwinning".

Het geloof aan de opstanding zijns volks, ook al zou de grafsteen met een cachet uit Downingstreet verzegeld zijn.

Afrika is „het graf voor Engeland"; niet voor de Boeren!

Sluiten