Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„wei, sHKK«riooi ipi^trp cej-, van oen neim tegen Karei Schimmel. „K^kdat Kleme"4ïing met] haar roode

jacketje en Imr ' l'i'|'iTl II mli. 7ij ijj(]t rhnmfnrl goed! En wat heeft zij een paar oogen in haar hoofd! 't Zou wel aardig zijn, als zij Kato Lammers eens de loef afstak bij den wedstrijd."

„Praat niet zoo luid, Piet," zeide Karei. „Dat kleine meisje met haar gelapten rok is de verklaarde gunsteling van Hilda de Bruyn. Die schaatsen heeft zij haar gegeven."

„Ei, ei!" riep Peter van den Helm uit: want hij hield veel van Hilda. „Dan heeft zij weereen goed werk verricht."

En hij reed naar Hilda. Wat echter wonderlijk was: nadat hij eenigen tijd met haar gereden had, stond het hij hem vast, dat zijn zusje ook zoo'n ketting moest hebben als Hilda.

En drie dagen later was Hans Blinker op het pad, om, nadat hij drie eindjes kaars verbrand en zich tot slot van rekening in den duim gesneden had, ook een paar schaatsen in Amsterdam te koopen.

DERDE HOOFDSTUK.

Hoe een paar schaatsen en een dokter in één hoofdstuk kunnen vereenigd worden.

„Kom, Hans! Maak je nu klaar en ga naar Amsterdam, om een paar schaatsen te koopen," zei vrouw Brinker, toen men den dag vóór Kerstmis het sober middagmaal genuttigd had.

„Neen, moeder," gaf hij ten antwoord. „Gij hebt nog zooveel noodig. Waarom zou ik nieuwe schaatsen koopen ?"

„Welk een dwaasheid, kind! Je hebt het geld gekregen, om er schaatsen voor te koopen. Al heb je het nu eerlijk verdiend, dan blijft het toch hetzelfde. Ga nu, dan ben je nog vóór den donker terug."

Zilveren Schaatsen. 2

Sluiten