Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEGENDE HOOFDSTUK.

Hoe onze reizigers in Den Haag ontvangen werden.

„Ik dacht, dat je de reis hadt uitgesteld," zeide mevrouw Yan Gent, de zuster van Peter en Lodewijk, toen de zes

l/nnnnn ^nnr fin H 1 Onstm fl Jï lïl

uvv* —O —

de woonkamer waren gelaten. „Ik had je al voor den eten gewacht en stellig op je gerekend. En daar kom je me nu in den donker aanzetten."

„Wat zal ik u zeggen, Marie," zeide Peter. „We hebben den dag besteed, om Leiden eens te zien.

Tn ni» fn/<li niof Knnc nni

„Boos? — In 't geheel niet. Integendeel, ik ben heel blij, dat je gekomen zijt. Maar gaat zitten. Eu zijn dat je kameraads? Nu, jongens, je moet je tijd maar goed besteden in ons mooi Haagje. Daar is ook wat te zien, dat verzeker ik je."

Nadat onze knapen waren gezeten en Peter alle vragen naar de familie had beantwoord, zeide mevrouw Van Gent:

„En nu zul je wel honger hebben ook. Ik zal zorgen, dat je binnen een half uur je middagmaal hebt.

„Doe maar geen moeite, Marie,' antwoordde Peter. „W e hebben te Leiden reeds gedineerd en dus geen behoefte aan middageten. Je zoudt ons meer pleizier doen met een paar boterhammen en een kop thee.'

„Die zul je hebben," antwoordde mevrouw Van Gent, terwijl zij de meid schelde, om het noodige te brengen.

Toen onze jongens nu rondom de tafel zaten, bij de gezellige earcellamp en den niet minder gezellig vlainmenden haard, kwam mijnheer Van Gent thuis.

„Welzoo, ben jelui toch gekomen?" zeide hij, terwijl

Sluiten