Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kijkt nu eens recht voor u," zeide mijnheer Van Geut. „Uit die ramen hield eens de snoode Tichelaar zijn rede voering tot het volk. En nu linksom. Dit standbeeld i& dut van den ridderlijksten onzer vorsten, van den edelen Koning Willem II, die bij Quatre-Bras voor onze onafhankelijkheid streed en bij Waterloo zijn bloed voor ons. veil had."

„'t Staat daar al heel mooi," zeide Frits. „En hoe sierlijk zijn die beelden aan den voet!"

„Dat zijn ze," hernam mijnheer Van Gent. „En nu slaan we linksom en gaan naar het Binnenhof, het oudste gedeelte van Den Haag en dat door drie poorten kan worden gesloten. Vroeger hingen hier de vaandels, in verschillende veldslagen op de vijanden des lands behaald. Doch die zijn tijdeus Koning Lodewijk weggenomen en naar Amsterdam gezonden. Die, welke wij nu doorgaan en boven welke de appartementen der vroegere Prinsen van Oranje zich uitstrekten, heet de Stadhouderspoort."

„Die is, in het laatst der vorige eeuw, tegen alle bepalingen aan doorgereden door Cornelis de Gijzelaar, zeide Peter. „En daar vandaan hebben de tegenstanders van het Huis van Oranje in dien tijd den naam van Keezen gekregen."

„Juist. En hier vlak over ons hebben wij het oudste gebouw van Den Haag: de Loterijzaal of liever de groote ridderzaal, door Willem II, graaf van Holland en Zeelandr in 1270 gesticht, en de oorsprong van Den Haag."

Zij bezichtigden nu de groote ridderzaal, toen nog niet herbouwd of liever gedeconstreerd; verder de vergaderzaal van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, waar het Twaalfjarig Bestand werd gesloten en die daarom vroeger den naam van Trèves-kamer droeg. Zij is vooral bezienswaardig om haar schoone schilderijen, voornamelijk het schoorsteenstuk, hetwelk Prins Willem III ten voeten uit in koninklijk gewaad voorstelt; — en het gebouw, dat tot vergaderplaats dient van de Tweede Kamer, vroeger gebruikt

Sluiten