Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten gaan per railway. Otherwise wij zullen niet zijn in staat om overmorgen te rijden."

„'t Best is, dat wij er ons op beslapen," hernam Lodewijk.

„Ik ben verzekerd, dat mijn voorstel wel zal worden aangenomen, als de jongens van middag gedineerd hebben," hernam mevrouw Van Gent, die berekende, dat ons zestal na den tocht naar het Bosch wel van idee veranderen zou.

„Als mevrouw Van Gent het mij veroorlooft, dan zou ik haar gaarne gezelschap houden, in plaats van mede naar het Bosch te gaan," zeide Jacob, die tamelijk vermoeid was van de morgenwandeling.

„Geneer je niet, Jacob," antwoordde mevrouw Van Gent, die zeer goed begreep wat de reden van Jacobs wellevendheid was. „Ik mag je niet van je fortuin afhouden. Ga gerust mee. Kanongieten heb je nog nooit gezien en een partijtje op de vijvers in het Bosch is ook niet te verwerpen."

„Maar dan zit Mevrouw den geheelen voormiddag alleen," hervatte Jacob.

„Inderdaad, geneer je niet," hernam mevrouw Van Gent. „Ik ben wel gewoon aan de eenzaamheid. Mijn man is een groot deel van den dag uit."

Jacob zat er geducht in, toen zijn gewaande beleefdheid zoo werd gerefuseerd. Gelukkig, dat Ben hem uit den nood hielp. „Mijn neef is zoo vermoeid," zeide hij. „En daarom hij wenscht te profiteeren van het gezelschap van Mevrouw, because het hem behaagt veel."

„Je slaat den spijker op den kop," hervatte Jacob, die nu maar ruiterlijk voor de zaak uitkwam.

„'t Mocht je anders weer eens zoo gaan als eergisteren," zeide Karei. „En dan zou je een mal figuur maken op de vijvers in het Bosch."

Toen de knapen het luncheon gebruikt hadden en wat uitgerust waren, gingen zij, behalve Jacob die thuis bleef, met hun schaatsen in de hand naar de kanongieterij, waar mijnheer Van Gent toegang had gekregen en waar men juist aan het gieten was. Daarna wandelden zij het Bosch

Sluiten