Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoe 't met mij is. Ik ben zoo zwak. Misschien wil de dominee het ons voorlezen."

Griete kreeg den zwaren bijbel van de gebeeldhouwde plank. Dokter Broekman, die er om meesmuilde, dat Rolf hem een dominee noemde, reikte het boek aan zijn assistent over.

„Lees," mompelde hij. „Die menschen moeten tot rust gebracht worden, anders sterft de man nog.'

Toen het hoofdstuk uit was, wenkte vrouw Blinker geheimzinnig, dat allen stil moesten zijn, want dat haar man sliep.

„Hoor eens, vrouwtje," zeide de dokter met gedempte stem, terwijl hij zijn overjas aantrok. „Er moet hier de grootste stilte zijn, versta je. Morgen kom ik terug. Geef den patiënt vandaag geen eten," en zonder verder een woord te zeggen, ging hij de hut uit, de bevrozen vaart over en naar het rijtuig, dat den ganschen tijd, dien de dokter in de hut had doorgebracht, den weg langzaam op en neer gereden had, om de paarden in beweging te houden.

Hans ging ook de deur uit.

„Moge God u zegenen, mijnheer," zeide hij blozend en met een stem, die van .aandoening beefde. „Ik kan u nooit beloonen. Doch, als...."

„Ja, dat kun je wel," antwoordde de dokter vrij stroef. „Je kunt je verstand gebruiken, als de patiënt weer wakker wordt. Als je wilt, dat je vader beter zal worden, dan moet je allemaal je stilhouden."

Hilda was aan de hut blijven staan, totdat zij Hans had hooren zeggen: „Hier beu ik, vader! Toen was zij heengegaan, terwijl zij in zich zelf mompelde: „O, wat ben ik blij! Wat ben ik blij!"

't Duurde niet lang, of het nieuws, dat de krankzinnige Brinker weer tot zijn verstand was gekomen, was met de noodige vergrootingen door geheel Broek verspreid. Nog dien zelfden avond werd er verhaald, dat dokter Broekman

Sluiten