Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Griete! Griete! Wat zal je vader blij zijn," roept vrouw Brinker, en op die woorden is Griete niet meer te houden; zij kruipt onder het touw door, neemt haar moeder bij de hand — allen maken plaats voor haar — en spoedig ligt zij in de armen van haar vader, die zijn kleine Griete met kussen bedekt.

VIJFTIENDE HOOFDSTUK.

Wat de zilveren schaatsen al uitwerkten.

't Was of de vreugde over de overwinning zijner kleine Griete de zinnen van Rolf Brinker verlevendigd had, want eensklaps riep hij uit:

„Hans! Hans! Daar schiet mij de naam te binnen. Schrijf hem gauw op, eer ik hem vergeet. Het is Thomas Higgs."

Hans schreef den naam terstond op een leitje. Op hetzelfde oogenblik werd er aan de deur geklopt.

„Zou het de dokter zijn?" zeide vrouw Brinker, terwijl zij opstond om open te doen. „Dat zou al heel toevallig wezen."

„'t Was echter niet de dokter, maar 't waren drie jongeheeren: Peter van den Helm, Frits Verdam en Benjamin Dobbs.

„Goeden dag, jongeheeren," zeide vrouw Brinker, terwijl zij zoo diep neeg als zij 't geleerd had. „Wel, waaraan hebben wij de eer van uw bezoek te danken?"

„Goeden dag, vrouw Brinker! Hartelijk gefeliciteerd met de eer, die je dochtertje te beurt is gevallen," zeide Peter van den Helm.

„Nu, als 't op feliciteeren aankomt, jongeheer," antwoordde vrouw Brinker, „dan mag ik 't u ook wel doen.

Sluiten