Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was een opmerking, die de dames maakten — kon hij geen Engelschman zijn, dat zagen zij wel, als hij Zondags met zijn patroon en juffrouw Todd, de huishoudster, in de kerk zat. En ofschoon men de laatste al eens gepolst had, liet zij zich nooit iets over hem ontvallen, dan dat hij een braaf oppassend mensch en waarschijnlijk een neef van mijnheer Higgs was, die ontzaglijk veel van hem scheen te houden. Zooveel is ten minste waar, dat de oude man den jongeling, nadat hij een jaar of vier in de zaak geweest was, tot zijn compagnon had aangenomen en hem, toen hij vier jaar later stierf, tot universeelen erfgenaam had benoemd. Sedert dreef de jonge man de zaken voor eigen rekening. Wat voor een landsman hij was, had men echter nooit kunnen gewaarworden. Sommigen hielden hem voor een Amerikaan, anderen voor een Duitscher, maar noch voor 't een noch voor 't ander had men eenigen grond. Hij sprak zuiver Engelsch, dat hij evenwel van den ouden heer Higgs had kunnen leeren, en behandelde zijn volk goed, ofschoon ze nooit een vriendelijk woord van hem hoorden, daar hij altijd even somber en afgetrokken bleef.

Wat het wonderlijkst was, 't scheen dat de jongeheer geen familie had: „want, hoeveel brieven hij ook uit den vreemde ontving, 't waren altijd brieven over zaken," zeide zijn boekhouder. Kennis hield hij met niemand: noch met zijne buren, noch met andere fabrikanten. Hij scheen geheel alleen voor zijn zaak te leven en zijn voorganger te willen navolgen, die nooit getrouwd was geweest. Maar overigens was zijn levensgedrag onberispelijk."

Verder gaf Benjamin dokter Broekman een beschrijving van den jongenheer Higgs en de dokter kon er niet meer aan twijfelen of 't was zijn verloren zoon. Hij bedankte dan ook Benjamin hartelijk voor zijn mededeeling, zeide hem, dat de heer Higgs een bloedverwant van hem was, in wien hij belang stelde, en reed met Hans naar de

Sluiten