Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nooit heeft hij een enkel oogenblik in zijn besluit gewankeld. Somtijds herhaalde hij met zijn goeden ouden vriend de woorden, die deze lang geleden in de hut te Broek sprak: „'t is een zware taak, het beroep van arts," maar dan klonk het ook altijd in zijn hart: „het beroep van arts is groot en edel! Het vereischt veel wijsheid en achting voor Gods werk!"

Wanneer gij lieden ten dage Amsterdam bezoekt, dan kunt gij den beroemden dokter Blinker in zijn koetsje zien rijden om zijn patiënten te bezoeken, of als er 's winters goed ijs is, hem met zijn jongens en meisjes op het IJ of den Amstel met de schaatsen onder de voeten vinden. En dat hij dan geen van de minste rijders op de baan is, durf ik u verzekeren. Als gij soms te Broek kwaamt en gij vroegt daar naar zekere Annie Bouniau, dan zou men u schouderophalend aanzien en u zeggen, dat er wel eens van zijn leven een meisje van dien naam bestaan heeft, maar dat die al sedert jaar en dag mevrouw Blinker heet en de vrouw is van dien knappen dokter Brinker, die zooveel patiënten over het IJ heeft. En als gij er Hans naar vroegt, dan zou hij u zeggen: ..Mijn Annie is nog altijd dezelfde — behalve dat zij als 't kan nog liever, nog wijzer en nog meer gelijk aan de toovergodiu van vroeger is."

Ook Peter van den Helm is sinds lang getrouwd. Met wie? Nu, dat behoef ik niet te zeggen. Maar dikwijls, als hij met zijn lieve Hilda in het koepeltje zit, dat hij van zijn ouders heeft geërfd, beschouwt hij met genoegen het fraaie beeldhouwwerk, dat Hans gemaakt heeft, en dan zegt liij: „*t Is toch jammer voor de kunst, dat onze goede Hans geen beeldhouwer is geworden; hij zou 't ver in die kunst gebracht hebben en een beroemd man zijn geworden." Maar dan antwoordt Hilda: „Jammer voor de kunst, maar niet voor de menschheid, want als dokter Blinker is hij voor haar tot grooter zegen, dan hij als beeldhouwer zou zijn geweest."

Een tijd lang geleden hoorde ik, dat Karei Schimmel

Sluiten