Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Best mogelijk!" antwoordde hij met een licht schouderophalen, terwijl hij achteloos een schilderij, die wat scheef hing, recht trok, „de industrie zet tegenwoordig zooveel krachten aan het werk ook uit de vrouwenwereld — "

„O, dus is dat niet bepaald voor u geschilderd ?"

„Voor mij ?" De kleine spijker die de recht getrokken schilderij moest honden, was uit de muur geraakt — de groote, statige man boog zich om de vallende schilderij tegen te houden en toen hij zich weer ophief was het of al het bloed hem naar het hoofd was gegaan.

„Lieve mama, zoudt gij waarlijk niets weten van den machtigsten factor in het moderne leven, het egoïsme, en kunt gij inderdaad gelooven, dat men tegenwoordig iets doet, wat het ook zij, zonder de gedachte aan het loon, dat het geeft?"

Hij zei dat, zonder haar nog aan te zien en poogde ondertusschen het spijkertje in den muur te drukken. Nu keerde hij op eenmaal het gelaat naar zijn schoonmoeder en daar speelde een trek van bittere spotternij om zijn lippen. „Laat ons nu al de mooie dameshandjes uit onzen kring eens nagaan, en zeg mij dan eens, welke er van in staat zou zijn, zoo'n kunstigen en

geduld vorderenden arbeid te verrichten voor een man, die

niet meer te krijgen is."

Hij ging bij het raam staan, terwijl de oude dame in den kleinen, zachten leuningstoel ging zitten.

„Ja, dat zal wel waar zijn," zei ze lachend en op een toon, of ze daar een waarheid had hooren vertellen, die wel nooit door iemand zou worden tegengesproken. „De geheele stad weet, dat onze arme Fanny uw belofte voor tijd en eeuwigheid in het graf heeft meegenomen. Eergisterenavond werd daar aan het hof nog over gesproken. De hertogin had het over den tijd, toen mijn beste dochter nog leefde en als vrouw door velen werd benijd, en de hertog meende, dat men den goeden ouden tijd met zijn eerlijkheid en goede trouw vooral niet als voorbeeld moest stellen voor den tegenwoordigen. Zijne hoogheid herinnerde er aan, dat de aanzienlijke en wegens zijn gestrengheid alom bekende en gevreesde Justus Lamprecht een gedane gelofte zonder eenigen schroom had verbroken, terwijl zijn achterkleinzoon hem beschaamt door onverbrekelijke trouw aan zijn eens gegeven woord."

Mijnheer Lamprecht was bijna geheel achter het witte gordijn verdwenen. Met de handen op de vensterbank geleund zag hij over de markt, in de tegenover liggende straat. De schoone man had een merkwaardig gezicht. Een zoo scherp zich teekenende

Sluiten