Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbleekte en bij de invallende duisternis werd het tegen den muur hangende portret van de overleden Fanny akelig levend, zoo sprekend levend, dat het er waarlijk veel van had, of zij van plan was, den sleep van het donkergrijze satijnen kleed op te nemen en uit de lijst af te dalen op het gebloemde kleed en dan grijs en grauw, somber en wraakzuchtig rond te dwalen door kamer en gang als — de zalige vrouw Judit.

HOOFDSTUK IV.

Beneden in huis was men intusschen met de drukte van de wasch klaar gekomen. Barbe was al weer bezig in de ruime, heldere keuken voor het avondeten te zorgen. Het kalfsvleesch werd naar behooren klaar gemaakt, de sla en de compote ook, maar het ging er toch niet prettig en vreedzaam toe. De keukengereedschappen rinkelden en klapperden wat al te luid, aardappelen rolden van de keukentafel op den grond, de deur van den oven in de kookkachel ging gedurig open en dicht, met een geweld, of zij uit de hengsels moest worden gelicht.... Juffrouw Barbe was geducht uit haar humeur. Tante Sofie had haar nog eens duidelijk en kras de les gelezen, omdat zij met haar verhalen over dat bewegelijke gordijn in de bovenkamer de meiden zoo bang had gemaakt, dat die bepaald weigerden, die kamer behoorlijk te gaan doen.,.. Dus boven en behalve den schrik nog een standje voor de oude Barbe, die voor de familie Lamprecht, als het noodig was, bereid was door het vuur te loopen, en notabene, voor Juffrouw Sofie zelfs door twee vuren.... Was men dan werkelijk heelemaal blind, was men dan zoo verstrikt in ongeloof en lichtzinnigheid, dat men niet scheen te kunnen of te willen inzien, dat er boven het huis een onweerswolk hing, zwart en dicht en dik als de gevaarlijkste hagelbui ooit laat zien ! Beteekende het met altijd dood en ellende als de geesten over den gang heen en weer zweefden?

Men behoefde dan de stad maar eens in te gaan — huis aan huis kon men er over hooren, bij de dames op den koffiekrans, bij de waschvrouw aan de tobbe, waar men maar wilde dat het in Lamprecht's huis niet pluis was — verhalen, waar een mensch de haren van te berge rezen. En ja, daar zat men nu heel rustig

Sluiten