Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeder, die ontstelde bij het zien van dat bleeke gezicht. „Het is zoo erg niet, als vader gelooft. Kinderen krijgen gauw koorts en hard ook, maar het gaat ook gauw weer over. Over een paar dagen is uw lieveling weer in orde — dat zult gij zien !... Hier, trek de kleine zelf de kousjes aan, dan wil ik een beetje warm drinken klaar maken".

Blanka rolde de kousjes los, zonder een woord te spreken, toen knielde zij voor de canapé, om Grete te helpen, maar nauwelijks had juffrouw Lenz de deur achter zich dichtgetrokken, of het jonge meisje sprong driftig op en drukte de kleine Grete hartstochtelijk aan de borst.

Vol verrassing opende Grete de in koortsachtigen gloed schitterende oogen. „Och, houdt gij zooveel van mij, juffrouw Lenz? Ja?"

Blanka knikte toestemmend met het hoofd, terwijl zij vol smart de lippen samendrukte en haar een traan uit de oogen rolde.

„Wat is het hier heerlijk in die lekkere, koele kamer!" fluisterde Grete en drukte het kleine hoofdje vertrouwelijk tegen het lange, volle haar van Blanka. „Ik zou graag hier willen blijven.... Grootmama komt hier nooit, wel? Neen, die zet geen voet in het pakhuis — papa ook niet. Maar tante Sofie, ja, die komt zeker. Brengt gij mij nu naar bed?"

Op dat oogenblik kwam juffrouw Lenz weer binnen.

„En wat ruikt het lekker bij u, juffrouw Lenz!" riep de kleine, en snoof den heerlijken geur met wellust in. „Net rozen, ja, weet ge net —" maar eer zij een woord verder zeggen kon, drukten een paar zachte, warme lippen haar het mondje dicht.

„Maar Blanka, nu zit dat arme kind daar nog met bloote voeten," zei de moeder knorrig. „Door uw angstige gejaagdheid zoudt gij een zieke nog erger maken; ga gauw op zij, onhandig ding, ik zal het zelf wel doen."

Heel gauw was zij klaar met dit werk, maar er moest ook niet getalmd worden, want daar kwamen weer allerlei koortsachtige droombeelden in Grete's brein, als toen zij straks door het korenveld liep. Juffrouw Lenz liet haar drinken en met gretige teugen dronk het kind het kopje ledig, dat de vriendelijke juffrouw vast hield. Onder het drinken hoorde men voetstappen buiten op de trap en deed Lenz de deur open voor tante Sofie.

Wie het prettige, gulle gezicht van de altijd opgeruimde, oude tante kende, moest versteld staan over de verandering die dat gelaat had ondergaan door de angst en vrees van de laatste uren. De kleur was geheel geweken en het was of elke fijne rimpel tot een diepe groeve was verbreed. Met een zwijgenden groet

Sluiten