Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo een, twee, een, twee, kalm vooruit. En als gij denkt, dat het mijn gevoelen is, wat ik omtrent oom Herbert uitte, dan zijt ge een beetje in de war. Een man die eindigt met werk te maken van een meisje, dat aan het hof verwant is, was bij zijn eerste liefde voor de dochter van een porseieinschilder in de laagte, zoo oordeelt de wereld er over en hij van zijn tegenwoordig standpunt zeker in de eerste plaats, Met uw minachtend „kind" en uw spotten met mijne „gelijkheidsbeginselen" zijt gij geheel in het ongelijk, stoute papa en uw beschuldiging van inconsequentie neem ik niet aan! Wat mij aangaat, ik zou Blanka niet hebben laten loopen voor die schoonheid uit Pommeren in den Prinsenhof, al is zij ook nog zoo mooi wit en rood. Ik zeker niet. Dat prachtig schoone meisje boven het pakhuis was mij als een ideaal. Altijd als zij voor het venster trad, voelde ik mijn hart kloppen, zoo tooverachtig schoon zag zij er uit! Ja, daar had ik graag tante tegen gezegd — voor de nicht van den groothertog zal ik een eerbiedige buiging maken, ik zal naar haar welstand vragen, maar — meer ook niet.

Zij sprak met mengeling van ernst en scherts die den grondtoon vormde van haar geheele karakter, en langzaam en kalm, geHjk zij gezegd had, liep haar vader naast haar door de kamer. Hij hield het hoofd voorover gebogen, als was hij, zonder veel naar haar te luisteren, in gepeins verdiept, maar zijn hart joeg en klopte onstuimig tegen haar arm — inwendig kalm was hij niet.

„En nu in vollen ernst, papa — van de dochter barones^ komt niets, in het geheel niets — die grap zou mij te duur zijn," vervolgde zij. „Ik bedoel daarmee, wat zal ik beginnen met een louteren naam, als ik daarvoor mijn geheele manier van zijn ten offer moet brengen? Een kwade ruil?... De goede Hans Bellingen houdt zeker veel van mij, ik denk dat omdat hij voor het oogenblik onnoozel genoeg is, ernstig werk van mij te maken — maar later zou het berouw voor hem niet uitblijven, dat weet ik zeker. De lange dikke Goliath is een bangoor, die behoorlijk buigt voor de moederlijke pantoffel en die mama is net zoo groot en vierkant als de zoon. Denk u nu uwe kleine, smalle Grete tusschen die beiden in, stel u voor, hoe die oude, trotsche, adellijke schoonmama mij de eene veer na de andere uit de vleugels trekt, opdat ik nooit weer in het eigen nest terug zou kunnen keeren en de adellijke wereld de koekoek niet aan de veeren zou kennen! En over de blos van schaamte op de wangen dezer schoonmama zouden de heeren in het salon zich verheugen ? Geloof dat nooit!

Sluiten