Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de wereld niets heeft weggeroofd van al het goede, dat in dat jonge hart zijn blijvende plaats vond. De oude Lenz heeft het dadelijk na de thuiskomst zelf wel ondervonden."

Grete was opgestaan — zij had een kleur gekregen van verlegenheid.

„Nu, zei ze lachende, „dan zijn er ten minste twee oogen, die vol toegevendheid op den wildzang hebben toegezien. Maar gij moest eens weten, hoe dikwijls ik er langs heb gehad om al mijne ondeugendheid. Dat behoort trouwens tot de geheimen van het voorgebouw en kon dus uwe goede meening niet bederven... Op één punt geef ik u gelijk — ik ben koppig en ik weet zeker, dat de omstandigheden mij in vier weken zeker niet zullen doen veranderen."

Zij gaf aan de oude lieden de hand tot afscheid en ging weg, vol van gepeins over wat zij gehoord had en gezien. Wat woonden die twee daar gezellig in dat oude pakhuis, en, hoe meer de nood drong, hoe inniger zij zich aan elkander wisten aantesluiten!

Onwillekeurig zag zij op de plaats naar de bovenverdieping op — daar heerschte een heel andere geest. „Fatsoen, goede manieren, deftigheid," zoo noemde hem grootmama; „ingekankerde zelfzucht en kruipen voor de grooten" noemde hem de oude man, die liever alleen buiten zat dan dat hij de kille lucht der voornaamheid inademde, waar zijne vrouw behagen in vond. Was het te verwonderen, dat Herbert — maar neen, zelfs in stilte wilde zij hem niet meer veroordeelen als een man zonder hart. Voor haar was hij goed. Twee malen had hij haar te Berlijn geschreven, alsof hij haar voogd was, en zij had hem geantwoord. Hij was haar tegemoet gereisd naar het laatste station, om haar de terugkomst in het vaderlijk huis, waar de vader ontbrak, lichter te maken... Grootmama wist dat alles niet. Zij zou het wel niet goed hebben gevonden, dat haar zoon, de landraad, zoo voorkomend was jegens de kleine Grete, al was het alleen maar daarom, dat deze stout genoeg was geweest om te weigeren een barones van Billingen te worden. De oude dame had booze brieven daarover geschreven aan hare zuster en aan haar kleindochter ook. Hoe Herbert over al die dingen dacht, dat wist Grete. volstrekt niet. Hij had er in zijne brieven geen woord van gerept, en zij had wel gezorgd er niets over te schrijven.

Zoo was zij weer in haar kamer gekomen en zij had het meegenomen geld weer opgeborgen. Zij kon dus, meende zij, voor den kleinen Max niets doen, want de weg was-haar afgesloten.

Sluiten