Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Noorden komt, is die rook zoo beleefd niet. De dames klagen, dat die dan soms door de ramen naar binnen dringt."

„Maar is daar dan niets tegen te doen ?" vroeg de oude dame zichtbaar verontwaardigd.

„Ik zou er geen anderen raad op weten, dan dat men bij noordenwind de vuren uit liet gaan."—

„Zoodat een deel der arbeiders rond kon loopen, zonder iets te verdienen," viel Grete hem bitter in de rede.

Grootmama keerde zich om en keek haar in het gezicht. „Welk een toon! Een mooie voorbereiding om in een hoog adellijk huis voorgesteld te worden ... Ik moet u beleefd, maar ernstig verzoeken, ons niet op eenigerlei wijs bespottelijk te maken door die liberale gemeenplaatsen, die ik van u ken. Het liberelisme is Goddank! niet meer in de mode. In de kringen, waar ik mij altijd mocht bewegen, maakte het nooit bijzonder veel opgang, en als ook al de een of ander van de onzen koketteerden met den naam van vrijheid en gelijkheid, dan is hij nu wel voor goed genezen en — schaamt zich eigenlijk voor die dwaze kleingeestigheid."

Herbert liet de zweep met kracht op de paarden nedervallen en vooruit vloog het en stoof het over den gladden weg, om na een paar minuten stil te houden voor de poort van den Prinsenhof.

„Ach ja, wij wonen hier akelig eenzaam," zei de vrouw des ïuizes na een daarop betrekkelijk woord van mevrouw Marschal en sloeg daarbij een treurigen blik naar buiten. De voorstelling was afgeloopen en men had plaats genomen in het salon.

In de haarden der aan elkander grenzende kamers, knapte en knetterde net brandende hout; behagelijk en warm zat men in volle pracht. Het meubilair van den Prinsenhof was al jaren lang hetzelfde gebleven, hetzij er een uit de staatskas bezoldigde prins op woonde of een vorstelijke weduwe. Prachtige meubelen uit den tijd van Lodewijk den Veertiende vulden de vertrekken en het inlegsel van zilver, brons of schildpad in het fijne gladde ïout, glom en blonk nog net als het voor honderd jaren deed. Alleen de vensterbankkussens en de gordijnen waren voor de tegenwoordige bewoonsters vernieuwd en zagen er even smaakvol uit als al het andere, maar daarbij hoogst eenvoudig.

„Sinds mijn zestiende jaar," vertelde de dikke barones, „heb ik mij in de groote wereld bewogen en ik kan niet zeggen, dat ik eenigen aanleg voel voor een kluizenaarsleven. Als het niet was dat de verlossing aanstaande was, dan zou ik hier vergaan van verveling en verdriet." Zij wierp daarbij een veel beteekenenden

Sluiten