Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En dat vertelt gij mij nu pas ?"

„Ik weet het zelfs nog niet lang."

Mevrouw Marschal zei geen woord meer. Spoedig hield de slede stil op de plaats voor het fabrieksgebouw. Het was al vrij donker en uit de vensters der verlichte werkplaatsen viel een helder schijnsel naar buiten op de sneeuw,

De oude dame trok onder diep zuchten van aandoening over het gehoorde en heftig rillen van de kou den pelsmantel dicht om de leden en trippelde aan Herberts arm over het besneeuwde kiezelpad door den tuin. Bij het omslaan van den hoek langs den hard bevroren vijver zagen zij den ambtsraad staan voor het open raam van zijn kamer. Achter hem stond op een tafel een lamp te branden, hij had een chambercloak aan en klopte zijn pijp uit op de vensterbank.

„Kijk me nu zoo'n man !" riep mevrouw Marschal vol ergernis, „dat spreekt van rheumatiek in de schouders en laat het raam openstaan."

„Ja, dat zijn van die reuzengewoonten, mama, waar wij niets aan kunnen veranderen," antwoordde de landraad lachende en leidde haar naar de deur van het paviljoen.

„O jé, wat een zeldzame visite!" riep de oude heer, zich omkeerend, toen zijn vrouw de deur inkwam. „Sakkerloot, Franciska, zijt gij daar, en dat bij nacht en duisternis, door sneeuw en ijs? Dat zal ook zijn reden wel hebben." Haastig deed hij het raam, dat geducht begon te tochten toe. „Wil ik gauw koffie laten zetten ?"

Half verontwaardigd schudde mevrouw het hoofd. „Koffie op dezen tijd van den dag ? Neem mij niet kwalijk, Hendrik, maar gij verboert hier heelemaal in Dambach. Het is theetijd dunkt mij, wij komen van den Prinsenhof —"

„Dacht ik het niet! Daar zit de knoop —"

„En wij wilden niet naar de stad terug rijden, zonder eens even te hooren, hoe het u ging."

„Bedankt voor het vragen! Ja, ik heb gevoeligheid in den linkerschouder en tusschenbeiden doet het nog al zeer — dat is waar. Ook krijg ik wel eens last van het leven in de fabriek, ik heb al eens geprobeerd er bij te zitten fluiten, om er ten minste wat maat in te houden."

„Willen wij u den dokter sturen, papa ?" vroeg Herbert, wien dat laatste bericht niet beviel.

„Neen, neen, jongen ! In deze oude machine," en hij wees met de hand op zijn breede borst, „is nooit een droppel gekomen

Sluiten