Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met marmerbleeke lippen greep Grete de hand der oude vrouw, „bpreek niet met zulke halve woorden," smeekte zij en zij had moeite hare stormachtige aandoening meester te blijven Zee mij, zeg mij ronduit, wat uw hart beknelt. Gij zult zien, ik zal alles bedaard aanhooren, wat het ook zij."

Haastig boog Lenz zich over zijn vrouw heen en fluisterde haar iets in het oor.

„Zij moet het nu nog niet vernemen?" vroeg zij en wendde ontevreden het hoofd af. „En waarom niet? Wil men dan wachten tot gij terugkomt uit Londen, misschien met ledige handen zoodat het eeuwig een raadsel blijft. Neen, zij zal weten, dat er een rechtmatige erfgenaam is, die met geweld wordt geweerd uit net huis van zijn vader, en dat wijl hij geen zwart op wit kan toonen... Max is even goed uw broeder, als die booze, gestrenge daar in het kantoor !" zeide ze met onverbiddelijke vastberadenheid tot het jonge meisje. „Blanka was, tien jaar nu geleden, uw moeder, de tweede vrouw van uw gestorven vader."

Vol uitputting zonk zij achterover in het kussen. Grete stond een oogenbhk als versteend. Minder door de plotselinge en onmeedoogende ontsluiering der feiten, als door het sombere licht der kennis, dat daar opeens voor haar opging.

Ja, dat geheime huwelijk had de laatste levensjaren van haar vader zoo somber, zoo treurig gemaakt! Zij begreep het nu, hoe hij den zoon uit dat tweede huwelijk innig had liefgehad en hoe net hem aan moed had ontbroken, hem openlijk als zoon te erkennen. Maar zij wist ook, dat in dat ontzettend oogenblik, toen het dak van het pakhuis ineenstortte en hij vreesde, dat het geliefde kind er verpletterd onder lag, het vaste voornemen in hem was opgerezen Max in al zijne rechten te erkennen. „Morgen zal daar een storm losbarsten, wilder en woester nog dan deze, !?.et °ude huis met den ondergang bedreigt I" had hij gezegd,' terwijl hij naar de bovenverdieping had gewezen. Ja, hevige stormen had hij voorzien. De dood had hem de botsing bespaard tegen de vooroordeelen der ook door hem zoo gevreesde voorname wereld, maar tot welken prijs!

„Zeidet gij niet, dat gij geen schriftelijke bewijzen hadt?" vroegzij met bijna klanklooze stem

„Geene," antwoordde Lenz somber en tegelijk sloeg hij een blik vol bittere teleurstelling op het jonge meisje, dat die vraag nad gedaan. „Tenminste zulke bewijzen niet, die kracht hebben voor de wet. Na het overlijden van ons kind heeft uw vader

D« Vrouw met de Karbonkelsteer.en.

14

Sluiten