Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelegenheid nog zeggen, grootmama, dat er geen schijn of schaduw is gevonden van een kontrakt, dat papa zou hebben aangegaan met het volk hierover," en hij wees naar het pakhuis. „Elke vordering, waar gij zoo geheimzinnig op hebt gezinspeeld, is in mijn oog oplichterij en afzetterij — niets anders — ik verlang er niet meer van te hooren.... Ik dank u, dat gij even hier gekomen zijt, gij hebt nu zelf kunnen zien, hoe valsch mijn zuster met mij omgaat".

Zoo ging hij heen, terwijl hij de deur van de steenen zaal met een smak achter zich dicht trok.

Grete was doodsbleek geworden, hare lippen waren wit.

„Trek u dat maar niet aan, Grete", zoo troostte haar tante Sofie. „Dat is immers altijd zoo geweest en gij zijt wel gewoon, de zondebok te zijn. Daardoor juist is hij zoo hard en gruwelijk egoïst geworden —"

„Op zoo jeugdigen leeftijd een volslagen man, wilt gij zeggen, lieve Sofie, een man, wien men geen knollen voor citroenen verkoopt en die zich door niemand beet laat nemen," zoo viel mevrouw Marschal haar in de rede „Het is Grete's eigen schuld, dat hij zoo tegen haar heeft aan moeten gaan. Zij had die lui hierover, van wie zij wel weet, dat zij de erfgenamen willen benadeelen, niet moeten opzoeken".

„De aanspraken, welke die menschen kunnen doen gelden, zijn volkomen wettig", antwoordde Grete bedaard en vast.

„Wat is dat?" riep grootmama, „die ellendelingen hebben met de dochter over haar vader gesproken, tot loon zeker, dat zij hun in hun hongersnood te hulp kwam! En gelooft gij die leugens!" Driftig trok zij aan de linten van haar muts. „Het is mij hier nu te koud. Ga mee naar boven, Grete, ik wil nader met u daarover spreken!"

Zwijgend volgde Grete, terwijl tante Sofie, met een hart vol zorg en kommer, achter haar aan de trap afging.

HOOFDSTUK XXVI.

In het salon van grootmama begon de papegaaj uit alle macht te schreeuwen en te krijschen, zoodra Grete binnen kwam. Zij

Sluiten