Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEESTELIJKE EVOLUTIE.

lijven. Kortom: deze zelfde wereld zou onze eigen aarde niet meer zijn.

Desgelijks doet de astrale sfeer, ofschoon gelegen op en om onze aarde, haar niet als zoodanig herkennen. Want wat blijft over van haar schijnbare werkelijkheid, zooals wij die door onze zintuigen hebben leeren kennen zoo de muren van onze huizen niet meer weerstand bieden, dan de lucht? Toch is dit de ervaring van elk astraal wezen. De stof, zooals wij die kennen, bestaat voor hen niet. Zij stuiten op andere tegenstanden. In hun sfeer nemen zij even goed astrale ruimte in, als wij stoffelijke in de onze. En evenmin als twee stoffelijke voorwerpen ééncelfde deel van de ons geopenbaarde ruimte gelijktijdig kunnen innemen, is dat met astrale voorwerpen in de astrale ruimte het geval. Doch wèl kunnen een stoflichaam en zijn astrale verdubbeling éénzelfde plaats in de cosmische ruimte innemen. En de mogelijkheid daarvan kunnen wij ook verstandelijk erkennen, sinds wij weten, dat alle stoflichamen, zelfs de schijnbaar meest vaste, bestaan uit een samenvoeging van zeer kleine deeltjes — atomen — welke door tusschenruimten van elkander gescheiden zijn. Die poriën zijn wijd genoeg

Sluiten