Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Twee jaar geleden hadden de broertjes Willis een groot verlies geleden door den dood van hun vader. Een ongeluk komt, zegt men, zelden alleen, en een tweede slag had hen getroffen door den gedwongen verkoop van hun lief, gezellig huis met mooien tuin, Foxbank geheeten. De plaats was in haar geheel verkocht en kon nooit meer hun eigendom worden. Zij waren in een kleiner, nieuwerwetscher huis, ongeveer honderd meter verder den weg op, gaan wonen. Het droeg den naam van: „Villa Lindenhof".

Edgar Willis was lang niet in zijn humeur, toen hij bij het eindstation gekomen, van de tram stapte en den donkeren weg naar het dorp opging met zijn boeken onder den arm. Hij wist dat hij door schoolblijven te laat voor theetijd thuis zou zijn en dat hij zijn moeder hierdoor verdriet deed. Hij had genoeg eergevoel om meer op te zien tegen een zacht verwijt en een bedroefden blik van haar, dan tegen een flink standje van een

zijner onderwijzers.

In wrevelige stemming liep hij voort. Op den top van den heuvel gekomen, vertraagde hij zijn stap en bleef eindelijk stilstaan bij een groot, wit hek. De kale takken van eenige hooge kastanjeboomen hingen over de oprijlaan, en in de duisternis blonk een lichtstraal uit een raam van een kamer gelijkvloers, waarvan de gordijnen niet neergelaten waren. Dit was Foxbank, het lieve oude Foxbank, en de kamer, waaruit het licht straalde, was de bibliotheek geweest van zijn vader. De bibliotheek, met al die boeken, waarvan enkele zulke verrukkelijke sprookjes bevatten, die hun, een half uur voor het naar bed gaan, weken lang, avond na avond, verteld werden, en alleen eindigden om opnieuw begonnen te wordenEr kwamen dezelfde geliefkoosde personen in voor, maar zij

Sluiten