Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O, noem mij toch niet zoo!" zeide Bassett smeekend.

„Moeder, u moet hem „Edel Juweel" noemen," zeide Con plagend.

„Ik zal zoo vrij zijn, zijn doopnaam te gebruiken, ten spijt van alle tegenwerpingen," zeide mevrouw Willis lachend.

„Ik zeide zooeven, dat je Athelstan je tijdschrift wel eens kondt laten zien, misschien kan je hem overhalen medewerker te worden."

„Zou je er zin in hebben?" vroeg het meisje.

„Het Juweel" schudde zijn hoofd en zeide: „neen, dat is niets voor mij," waarop een oogenblik stilte ontstond.

„Toen ik van middag uit de stad kwam," hervatte mevrouw Willis het gesprek, „heb ik den jongen gezien, die op Foxbank woont. Hij wandelde met zijn gouverneur, mijnheer Mender, en ziet er volstrekt niet sterk uit. Ik zag ook, dat mijnheer Mender zijn arm in een draagband had, — hij is zeker gewond bij den brand, die Maandagavond bij hem uitbrak."

Edgar kreeg een kleur en hij boog zich over zijn kopje om een theeblaadje op te visschen.

„Het was een gemeene streek, hè?" zeide Bob. „Er werd een steen door het raam gegooid, waardoor de lamp omviel. Een jongen uit het dorp heeft het zeker gedaan."

„Ja, het was al heel slecht," zeide mevrouw Willis ernstig. „Als die mijnheer Mender niet zooveel tegenwoordigheid van geest had gehad om de vlammen dadelijk te dooven, zou het heele huis misschien afgebrand zijn."

„Moeder," riep Edgar op eens, „kunnen wij de verjaarstaart nu niet aansnijden ?" En voor het oogenblik was het onderwerp van den brand vergeten.

Toen de tractatie afgeloopen en het theegoed opgeruimd

Sluiten