Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overhandigd die, na ze geschud te hebben, ieder om beurten liet trekken.

„O, lieve help!" riep Con, toen zij het hare openvouwde.

„O, lieve help!" klonk de stem van „het Juweel" als echo.

, „Wat is dat nu voor een vraag!"

Bob en mevrouw Willis barstten in lachen uit, toen zij hun papiertjes openmaakten; maar Edgar wierp het zijne kwaad op de tafel.

„Wie heeft die bespottelijke vraag opgeschreven?" riep hij. „Dat ben jij Bob. Ik zal mij niet vermoeien om ze te beantwoorden."

„Wees niet dwaas," zeide mevrouw Willis „Doe je best."

Klaarblijkelijk was er iets dat den jongen hinderde. Hij zat met zijn ellebogen op de tafel en wilde zijn best niet doen om een antwoord op te schrijven niet voor het laatste oogenblik, waarop de anderen hun papiertjes inleverden, schreef hij haastig een enkel regeltje. Mevrouw Willis nam de taak op zich van voorlezeres. Zij kon gemakkelijk de hand van iederen medespeler onderscheiden; maar allen wisten, dat zij daarvan niets zou verraden.

„De eerste vraag luidt aldus:" begon zij.

„Wat zou je doen, verondersteld datjealleen in een ontvangkamer was, en er kwam een meisje binnen, dat je dacht dat een jongen zou zijn,waarover zij zoo verbaasd was,dat zij flauwviel?"

Con sloeg met haar hand op de tafel en schreeuwde het uit van de pret, terwijl Basset bloosde.

„Ik zie nietin,waaroverhij zou moeten blozen," zeide mevrouw Willis. „Het komt mij voor dat de knaap, die dacht dat zij een jongen was, meer reden had om flauw te vallen. Maar ik zal het antwoord lezen."

Sluiten