Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om den jongen gerust te stellen. Immers, het was meer dan waarschijnlijk, dat mijnheer Mender niet wist, wie de oorzaak was van zijn brandwonden, anders zou hij zeker wel op de zaak gezinspeeld hebben, en iedere nieuwe dag bewees, dat hij, wat dat betreft, niet veel wijzer zou worden. De schuldige vergat voor het oogenblik zijn vrees en ging fluitend naar zijn huis, waar hij den middag besteedde aan het timmeren van zijn nieuw konijnenhok.

Edgars timmermanskunst was wel wat aan den rumoerigen kant, evenals de muziek der dorpsmuzikanten met hun trommels en fluiten, waarvan de eerste de overhand hadden; te oordeelen naar het standje, scheen hij het meeste werk te doen met zijn hamer.

In de speelkamer zat Con aan het eene eind van de tafel, druk te schrijven met haar vulpenhouder. Zij was er aan gewend haar letterkundigen arbeid te verrichten onder stoornissen van allerlei aard, die een schrijver van naam wanhopig hadden kunnen maken. Dikwijls had haar verbeeldingskracht een hooge vlucht genomen onder het grootste leven en gestoei en eens had zij zelfs een vers gemaakt over engelen, die de wacht hielden bij het bed van een ziek kind, terwijl de jongens haar met kanapékussens gooiden, omdat zij haar gezicht niet zwart wilde maken en naar beneden gaan om de keukenmeid bang te maken.

Op het oogenblik werden haar gedachten alleen afgeleid door Edgars onophoudelijk gehamer, tusschenbeide onderbroken met een: „bliksem!" of „alle duivels!" wanneer een spijker krom ging, of de timmerman zijn eigen vingers raakte.

Naast haar stond een tafeltje met haar liefste bezitting: een met koper beslagen doos, die den deftigen naam droeg van

Sluiten