Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij zouden zijn. Ik zou hen niet altijd begrijpen en ik heb nooit meegedaan aan hun soort van spelen."

„Hm, ja; in het begin zal je wel wat geplaagd worden, maar dat zal je moeten verdragen," antwoordde Mender, niet bijzonder aanmoedigend. „Maar, misschien is het beter dat je je vader niet vertelt, dat ik er met je over gesproken heb. Wacht tot hij er zelf over begint te praten."

Mijnheer Mender ging weer achterover in zijn stoel leunen en sloeg het nieuwsblad open; maar, ofschoon hij schijnbaar zijn aandacht bij den inhoud bepaalde, hielden zijn gedachten zich voortdurend bezig met het gesprek, dat zooeven in de bibliotheek was gevoerd. Mijnheer Prescot's voorstel had een indruk op hem gemaakt als een donderslag bij helderen hemel. Hij was in een net van moeilijkheden gewikkeld, die hij aan zich zelf te wijten had, en waarvan hij geen woord tegen zijn patroon zou durven reppen. De mogelijkheid van ontslagen te zullen worden, was nooit bij hem opgekomen en hij was er zeker van, dat, wanneer hij nü Foxbank verliet, hij zijn ondergang tegemoet zou gaan. Wat moest hij beginnen? Hoe zou hij mijnheer Prescot kunnen overhalen, in alle geval nog een half jaar te wachten met Hubert naar school te zenden?

De avond kroop met loome schreden voorbij; eindelijk deed de jongen zijn boek dicht, zeide zijn gouverneur goedennacht en ging de kamer uit. Hij liep de gang door en bij de bibliotheek wilde hij die binnengaan, toen hij zich bedacht; zijn vader, die natuurlijk druk bezig was, wilde zeker niet gestoord worden. Hij keerde dus om en ging lusteloos naar bed. Een kwartier later kwam mijnheer Prescott weer in de eetkamer.

„Je hebt op het oogenblik niets bijzonderste doen, Mender?"

Sluiten