Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhaaltje gedrukt voor zich te hebben — bijna te veel voor haar; zij kreeg een vreemde, ofschoon geen onaangename, gewaarwording, alsof zij in tranen zou uitbarsten.

„Mijn verhaaltje!" zeide zij nog eens, met een heeschestem. „Ja, natuurlijk," zeide Bassett. „Kan je het wel gelooven ? Nu ben je een echte schrijfster!"

Tot antwoord liet Con het tijdschrift vallen, sloeg haar armen om haar speelmakker heen en danste met hem de kamer rond, met al de verschillende passen van de nieuwerwetsche dansen in de balzaal, samengevat in een vliegende galop.

„Nu is het genoeg!" riep Basset hijgend uit, toen zij stilstonden om adem te scheppen. ;„Ik zit vol modder en zal je hoe-noem-je-het-ook-weer, vuil maken."

„Ikgeef niet om vijftig: hoe noem-je-het-ook-weers!" riep Con. „Hoe vreeselijk lief van je om daarvoor expres hier te komen! En wat ben je nat, en — o, Athelstan, je bent een Juweel! Je verdient, je verdient — bij de kroonjuweelen in den Tower bewaard te worden!"

„O, wees stil," zeide de knaap zich bukkend en zwenkend om Con, die hem weer wilde grijpen, te ontgaan. „Ik deed het voordeaardigheid, maar ik ben blij, dat jouw verhaaltje bekroond en gedrukt is. Het is" — Hij wachtte even, als kon hij geen passend bijvoeglijknaamwoord vinden, dat hij voor deze gelegenheid geschikt oordeelde. „Ik noem het gewoon: kolossaalfameus! Maar nu moet ik weg."

„Wacht even. Droog je eerst wat en drink een kopthee-e-e!" gilde Con.

„Dat kan niet — als ik niet oppas, kom ik te laat," klonk het half verstaanbare antwoord, halverwege de trap.

Con vloog naar het raam, tikte tegen de ruit en wuifde Bassett

Sluiten