Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mender zal komen. Ik geloof, dat moeder alleen Hubert heeft gevraagd."

„Nu, maak de helsche machine in alle geval niet kapot," zeide Bassett. „Als Mender soms niet komt, kan je Edgar in de lucht laten vliegen of anders de keukenmeid."

Mevrouw Willis zat alleen bij het vuur in de kleine ontvangkamer, toen de gast binnenkwam; zij stond op, terwijl zij haar werk op zijde legde en heette hem welkom met een glimlach, dien de jongen liever en vriendelijker vond dan ooit.

„Het was heel lief van je om Woensdag dat tijdschrift te komen brengen, maar ik vrees, dat je erg nat bent geworden. Onze Con was verrukt, voor het eerst een verhaaltje van eigen vinding gedrukt te zien."

„Ik ook," zeide „het Juweel" oprecht, „ik vond het eenig."

„Het was een heele vreugd, van morgen," ging mevrouw voort, „toen er een echte wissel kwam voor een guinje, te betalen aan „Mejuffrouw Constance Willis". De jongens vinden, dat zij dadelijk een Bank moest oprichten. Kijk eens!" voegde zij er bij, op een vaas mooie bloemen wijzende, die op tafel stond. „Vind je die niet mooi? Hubert Prescot heeft ze mij vanmorgen gestuurd."

„O foei," riep „het Juweel" uit, daar vergeet ik heelemaal u te feliciteeren! „Hartelijk gelukgewenscht! Graag had ik wat voor u meegebracht, maar — maar ik ben zoo hard als een steen."

„Maar je hart is niet van steen, dat weet ik," zeide mevrouw Willis lachend en op dat oogenblik kwam Hubert Prescot de kamer in, gevolgd door de andere jongelui. Edgar en Bob hadden het spoedig met Bassett druk over schoolzaken, terwij] de gast zich tot Con wendde.

Sluiten