Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

water langs zijn rug ging. Het hoofd der school was binnen gekomen.

Mijnheer Vesper zeide een paar woorden tot zijn collega, liep toen het lokaal door en stapte op het platform, waarop zijn lessenaar stond.

„Wie heeft het pistool gelost?" vroeg hij streng. „Komaan, geen gekheid. Die het gedaan heeft, sta op."

Het zou een dwaasheid geweest zijn dit gebod niet te gehoorzamen, want verscheiden jongens hadden het geval bijgewoond, het pistool lag nog vastgebonden op den grond van de kast en het nummer van den eigenaar stond op de deur.

Tot aller verwondering, die van het hoofd der school meegerekend, stonden niet minder dan drie jongens aarzelend op, White, Crowe en Parker.

„Komt nader," zeide mijnheer Vesper, en vertelt mij nauwkeurig wat jullie gedaan hebben."

De onschuld van White bleek spoedig en hij mocht naar zijn plaats terugkeeren, maar de twee anderen moesten een langdurig en streng verhoor ondergaan en werden eindelijk ontslagen met een moeilijk strafwerk; met Parker werden evenmin verzachtende omstandigheden in aanmerking genomen.

De zaak was hiermee echter niet afgeloopen, want toen de leerlingen den volgenden dag voor schooltijd bijeenkwamen, kwam mijnheer Vesper in het kort op het gebeurde terug.

„Zooals jullie allen heel goed weten," aldus besloot mijnheer Vesper zijn toespraak, „is het streng verboden op school vuurwapenen mede te brengen. Ontelbare ongelukken vallen er ieder jaar voor door het roekeloos omgaan met wapenen van dat soort. Eenigen tijd geleden schoot een jongen op een school, waar ik onderwijzer was, een pistool af op een stuk

Sluiten