Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewoonlijk tusschen half een en half twee plaats, als Con van de school kwam, die zij op „De vijf Eiken" bezocht, en Hubert 's morgens les van zijn gouverneur had gehad.

„Heb je mij verstaan?" vroeg zijn medespeelster die den bal gooide. „Ga nu geen gezichten trekken!"

„Het spijt mij erg. Ik zal mijn best doen alles te onthouden," antwoordde Hubert. „Opgepast — nu is het jouw beurt om bij de wicket te staan, en ik zal den bal gooien."

„Neen, jij moet je wat in het teruggooien met de bat oefenen. Vanavond kom je bij ons om met de jongens te spelen en dan reken ik er op, dat je een paar punten maakt."

„Het is vreeselijk goed van je zooveel moeite tedoen,"zeide Hubert, „en ik schaam mij, dat je nu al dien tijd den bal moet gooien."

„Dat meen je maar half, want je hebt er een hekel aan om door een meisje geholpen te worden!"riep Con uit. „Het is nogtijds genoeg je te schamen, als je in mijn plaats moet komen, als je mijn w/cAr^hebtomgegooid. Probeernu of je dezen vangen kunt."

Dezen keer paste Hubert beter op; het gelukje hem den bal met zijn bul flink rechtuit te slaan, waardoor hij bijna tot den rand van het speelterrein kwam.

„Ik zal hem wel gaan halen!" riep hij, zijn bat neergooiende, maar Con, gewoon haar werk niet uit de hand te laten nemen, was al hard weggeloopen. Zij holden dus beiden over het grasperk en vielen bijna over elkaar, toen zij den bal wilden oprapen. Terwijl zij hijgend en lachend bleven staan, zagen ze plotseling een lange gestalte binnen het ijzeren vlechtwerk, dat het terrein van de achtertuintjes der villa's scheidde, naar hen kijken.

„Hé, daar is vader," fluisterde Hubert. „Hij is in het laatst

Sluiten