Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijze niet veroordeeld, maar door iederen netten jongen hier, toegejuicht zal worden."

Zijn woorden werden met handgeklap begroet, als een teeken dat allen het met deze toespraak eens waren, en toen werd uit een paar monden de naam: „Richards! Richards!" gehoord.

De knaap, op wien nu de aandacht was gevestigd, had zich dien morgen een paar woorden laten ontvallen, die men zich nu herinnerde; hij had aan een van zijn makkers in vertrouwen verteld, dat hij den jongen, die het gedaan had, wel met zijn vinger zou kunnen aanwijzen.

„Wat zeggen jullie, daar achteraan?" riep Haddington.

„Richards weet iets!" klonk het antwoord.

De jongen werd naar voren geduwd, tot hij in het midden van de leerlingen der zesde klasse, vlak voor het platform stond.

„Vertel nu wat je te zeggen hebt," begon Haddington.

„Ik wil liefst niemand verraden," begon Richards, „maar als je het bepaald wilt weten, kan ik wel zeggen, dat ik gisteren in het lokaal van mijnheer Keiler een pistool heb hooren afschieten en toen ik ging kijken, wat er gebeurde, zag ik vlak bij de deur een jongen staan."

„En wie was dat?"

„Bassett."

„Verder. Bekende hij, dat hij het pistool afgeschoten had?"

„Neen; hij verzekerde op zijn eerewoord, dat hij het niet gedaan had, maar er was niemand anders in het lokaal, en de rook van het schot hing nog in het vertrek. Meer weet ik niet, behalve —"

„Behalve? Vertel verder, zeg alles wat je weet."

„Ik stond naast hem, toen hij zijn boeken uit zijn kast nam voor zijn huiswerk, en toen zag ik een stuk karton, waarop

Sluiten