Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als zij niet scherpzinnig genoeg zijn den bedrijver van het een of ander kwaad te ontdekken, of de zaak uit de wereld te helpen, vinden zij het het gemakkelijkst de geheele school te straffen. Ik weet nog heel goed, dat er iets dergelijks gebeurde, toen ik school ging, en evenals toen, draagt het mijn goedkeuring nog niet weg. Het zou precies hetzelfde zijn, als, wanneer er vannacht in „de Vijf Eiken" ingebroken werd, al de dorpelingen bijeengeroepen en gevangen genomen werden. Dat is allemaal onzin. Ik zeg niet, dat je geen goede schrobbeering verdient, omdat je een kogel op het bord hebt gelost, maar, als de onderwijzers niet scherpzinnig genoeg zijn om te ontdekken wie het heeft gedaan, zie ik niet in, waarom zij van jou zouden verwachten, dat jij het hun verteldet."

Eenige oogenblikken bleef Edgar als in gepeins verzonken zitten. Nog nooit, zooals hij tenminste dacht, had hij een volwassen persoon over zulk een onderwerp zoo gemakkelijk en met zooveel gezond-verstand hooren spreken — misschien wel omdat de beweegredenen van den gouverneur zoo met de zijne overeenkwamen. Hij voelde echter eenigszins onbestemd, dat er iets aan haperde en kon zijn oogen niet sluiten voor de waarheid dat hij door te zwijgen Bassett een grievend onrecht zou aandoen. Naderende voetstappen op het begrinde pad brachten hem tot de werkelijkheid terug.

„Daar komt Hubert aan, denk ik," zeide de gouverneur. „Je zult zeker liever niet hebben, dat hij hoort, waarover je bent komen praten."

„Neen, zeker niet!" riep Edgar met vuur uit. „Als u de deur dicht doet, merkt hij misschien niet, dat wij hier zijn. Gauw! Laat mij de pin krijgen!"

Al sprekende, kroop de jongen onder de bank, pakte den

Sluiten