Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grijns, toen hij zich voor de tweede maal prikte. „Neen hoor, zoo af en toe, schrijf ik in mijn vrijen tijd een paar stukjes, maar zij deugen niet voor de pers, om de eenvoudige reden, dat zij niet oorspronkelijk zijn. Ik heb ze aan de onderwijzers laten lezen. Het gaat niet, Con, en je kunt ook niet verwachten, dat iedereen een letterkundig genie is, zooals jij!"

„Ik wou, dat ik het was, of dat ik er een kon worden," zeide Con met een zucht. „Dan zou ik een boek schrijven, dat stapels geld opbracht en, ging ik op een mooien dag Foxbank koopen, waar wij dan weer konden gaan wonen. Athelstan, je bent zoo'n „echt juweel", ik weet, dat je het niet zult overbrieven als ik je wat vertel. Gisteravond heeft moeder mij gezegd, dat er iets gebeurd is, waardoor zij wat ruimer zal kunnen rondkomen dan in het eerst na vaders dood, en zij, al kan zij het huis niet koopen, het misschien zal kunnen huren, als de Prescots verhuizen."

„Het zou toch nog wat anders wezen, als het jullie eigendom was," opperde de knaap.

„Ja, maar in elk geval beter dan er in het geheel niet te wonen. O, ik ben er zoo aan gehecht — aan het huis — den tuin en het stukje echte doornhaag, waarin vossen huisden. Een poos geleden wandelde ik er nog, toen ik Hubert een boek kwam terugbrengen, dat hij mij geleend had, en alles was nog — nog net eender — als toen —

„Het Juweel" hoorde hoe haar stem beefde en, opkijkende, zag hij iets op haar wang, dat geen kuiltje was.

„Kom, hou je goed," zeide hij opgewekt, „ik begrijp je, maar ik ben er zeker van, dat je eens een boek zult schrijven dat je rijk en beroemd zal maken. Ziezoo, klaar is Kees, maar daar prik ik mij weer! Die drommelsche naald! Enfin, zij heeft toch dienst gedaan."

15

Sluiten