Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XX.

DE WILDEMAN.

Het clubje was nu ruim een week op Flexland geweest. Het weer had niets te wenschen overgelaten, en zeewind en zonneschijn hadden samen Cons gezicht en handen de tint van een gipsy gegeven. De oude pachthoeve lag op een heuvelachtigen grond, ongeveer een mijl landwaarts in; twee wegen leidden er van de kust heen — de eene langs een kronkelend dal, aan weerszijden begrensd door steil oploopende, dicht begroeide hellingen — de andere door een weiland, dat in een kreupelboschje uitkwam en dan langs een snelvlietende beek liep, dicht bij de kleine villa, waar Hubert met zijn gouverneur logeerde. Wat verder stroomde het water over de rif van keisteenen naar zee. Daar de kreek zes mijlen van het dichtst bij gelegen stadje verwijderd was, werd zij slechts weinig door vreemdelingen bezocht, die er dan ook alleen voor een paar uurtjes, óf voor een picnic, öf voor een onderzoekingstocht langs de klippen kwamen. De woestheid van het landschap had voor het jonge volkje al evenveel bekoorlijkheid als de zee zelf. Zij konden door de boschjes wandelen of in de weide dwalen, braambessen plukken, paddestoelen zoeken, zonder

Sluiten