Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

232

er terdege verontwaardigd over. Zij dacht dat Hubert en zijn gouverneur niet op goeden voet met elkander stonden en dat, als zij alleen waren, hun verhouding met den dag stroever en onaangenamer werd.

Daar het jonge volkje van de pachthoeve voortdurend in mijnheer Mender's gezelschap was, 's morgens aan het strand ot 's middags bij het cricketen op het weiland, moesten zij zich wel vriendelijk en beleefd jegens hem gedragen, en de gouverneur behandelde hen op dezelfde wijze. Toch bleek het, dat mijnheer Mender zelfs in Edgars achting gedaald was, en dat de jongen, in plaats van zijn gezelschap te zoeken, hem nu zooveel mogelijk ontweek. Wat het voor een verandering was, of het kwam door de manieren, of het optreden van den jongen man of door beide, zou moeilijk te zeggen zijn geweest, maar Con, die onbewust een scherpe opmerkster was, zag het verschil en voelde nog meer afkeer van den gouverneur dan ooit te voren.

De man zelf scheen niet te weten, welk een slechten indruk hij had gemaakt; hij bemoeide zich alleen met de kinderen, als zij hem noodig hadden; 's avonds ging hij meestal lange wandelingen doen en vond het altijd goed, dat Hubert op de hoeve zijn avondboterham at.

Hij had er tweemaal een bezoek afgelegd en was op de uitnoodiging van mevrouw Willis blijven theedrinken; bij een volgende gelegenheid had hij het clubje van de hoeve bij zich verzocht, en zijn gastvrijheid werd des te pleizieriger gevonden, omdat een paar van de vrienden bij gebrek aan ruimte voor het huisje moesten zitten, waar zij door het raam van eten en drinken werden voorzien.

Zoo stonden de zaken, toen Edgar op een Maandagmiddag

Sluiten