Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wij kunnen daar niets aan doen," antwoordde Edgar die er zijn redenen voor had goede vrienden met den gouverneur te blijven. „Ik zie niet in, dat wij er wat mee te maken hebben Hubert moest eens aan zijn vader schrijven, dat is het eenige wat er gedaan kan worden."

"Heb je niet opgemerkt, hoe hij op een morgen Hubert heeft afgesnauwd?" vroeg zijn zusje.

„Hij doet somtijds vreemd. Vanmorgen kregen Bob en ik bijna ruzie met hem. Hij vroeg, waarom wij niet bij Culper's Beach gingen baden, en toen wij zeiden, dat daar altijd zulk een sterke strooming is, waardoor het baden gevaarlijk wordt, verklaarde hij dat het er even veilig was, als in een kreek. Nu,' wij zijn hier al vrij wat langer geweest dan hij en Steadman leeft eens heel wat van de stroomingen verteld. Een oude matroos, die hier jaren lang heeft gewoond, zal er wel meer van weten dan zoo'n kerel als Mender."

„Het zou me niet verwonderen, of hij zei dat om te plagen "

zeide Con en, omkeerende, vervolgde zij met een boos gezicht haar weg.

Toen het jonge volkje dien avond, na theetijd, aan het strand kwam, hoorde het met vreugd, dat de gouverneur, een wandeling heen en terug, naar Widport had ondernomen. Hij zou eerst vrij laat thuiskomen.

„Ik zal vragen, of ik bij jullie mijn avondboterham mag eten," zeide Hubert. „Ik vind het zoo vervelend alleen."

Hij had met mijnheer Mender de heele villa, die uit vier kamers bestond, in gebruik, daar de weduwe, die er woonde haar slaapkamer afgestaan en tijdelijk haar intrek genomen had bi] een paar oude buren. Overdag gebruiktezij alleen de keuken om de logé's te kunnen bedienen en hun eten te koken.

Sluiten