Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of zijn zoon niet wakker maakte," zeide mevrouw Willis, „ik heb haar en mijn jongens verboden over het gebeurde te spreken, of aan Hubert vragen te doen. Zij denken alleen, dat mijnheer Mender een ernstig misbruik van vertrouwen heeft gemaakt ten opzichte van zijn pupil en dat zij er voorloopig niets meer van behoeven te weten. Ik ben er zeker van, dat zij zwijgen zullen."

„U bent wel goed dezen maatregel genomen te hebben," antwoordde mijnheer Prescot. „Ik blijf u ten hoogste verplicht voor al uw vriendelijkheid jegens mijn jongen, en acht het niet meer dan billijk, dat u de geheele waarheid verneemt — als Mender ten minste alles eerlijk heeft opgebiecht. Ik vrees^wel dat hij vroeger een eerste leugenaar is geweest, maar geloof, dat hij nu in zijn eigen belang een volledige bekentenis zal hebben afgelegd."

Hier zweeg hij even en streek peinzend over zijn korten grijzen baard, alsof hij niet goed wist, waarmee hij zou beginnen.

De onrust en angst der laatste dagen schenen hem diep geschokt te hebben en zijn gezicht zag er meer betrokken en bezorgder uit dan ooit. Eindelijk begon hij: „eenige jaren geleden heeft mijn broeder Alexander, zich schuldig gemaakt aan een daad, waardoor hij bijna in de gevangenis kwam. Om het met een paar woorden te zeggen: hij maakte mijn handteekening op een rekening na. Toen beloofde ik hem zijn schuld te vergeven, op voorwaarde, dat hij naar het buitenland zou gaan en mij nooit meer onder de oogen zou komen. Hij is toen een zwervend leven gaan leiden en van tijd tot tijd hoorde ik te hooi en te gras wat van hem, dat nu juist niet bijzonder gunstig was, dan uit dit en dan uit dat werelddeel; maar uit alles bleek, dat hij voornamelijk van zijn vernuft leefde en dus

Sluiten