Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het te pas brengen en combineeren, bewegelijkheid van geest in het navolgen van wat anderen voorgedaan hadden en de vereischte bedrevenheid in het gebruik van antieke versmaten, die kon het in deze bastaardkunst ver brengen. Het verwondert ons niet dat een schrandere veelweter als de jonge Oonstantyn veel smaak had in deze oefeningen van jongs af, dat hij 's morgens vroeg opstond om zich naar hartelust met dit vernuftspel bezig te houden; noch dat zijn vader hem daarin aanmoedigt en, zooals wij reeds zagen, zijn jongen voortdurend om Latijnsche verzen vraagt. Zoo zien wij hem dan allerlei Grieksche werken overbrengen in Latijnsche verzen: stukken van Bion, Moschus (de A mor fugitivua, door Cats in het Nederlandsch bewerkt), de Batrachomyomachie, waarvan zijn vader die toen ziek lag maar uiet kan uitscheiden, waarover hij moet spreken met ieder die hem komt opzoeken. Ook oorspronkelijke, of ten minste eigen Latijnsche verzen schrijft hij: puntdichten, nieuwjaarsdichten, een reisverhaal. Veel daarin is natuurlijk slechts nagevolgd, op zijn best nagevoeld. Kenners herkennen overal invloed en navolging van Yirgilius en Martialis, van Ovidius, Catullus en Lucanus.1 Zoo schrijft hij op zijn 15de jaar eene overpeinzing van de vluchtigheid des tijds, die indien /.ij oorspronkelijk ware en in de moedertaal geschreven, meer indruk op ons zou maken dan nu, nu reeds de aanhef:

' Vgl. Redevoering uitgesproken door Dr. J. van der Vliet in de Algemeene vergadering van liet Provinciaal Utreclitscli Genootschap den 1'J Juni 181t4, p. 15 vlgg,

Sluiten