Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liturgie der Kerk leeft, bovenal in die onzer h. Misse.

Nog treuriger stemt de overweging, dat er vele honderden, dat wellicht de groote massa onzer eigene, plichtgetrouwe geloofsgenooten, nog zooveel verheffende zieleweelde hebben te derven, vervreemd als zij zijn aan de kennis van hun eigenen, geestvollen eeredienst.

Het „Heer, leer ons bidden", is, in waarheid, voor velen het innigst zielsverlangen. En de Kerk vervult dien wensch; zij leert hen bidden, leert het immer en onafgebroken, in de onschatbare smeekbeden en ceremoniën van haren heiligen dienst. Maar men staat er zoozeer als vreemdeling tegenover; men gevoelt nog zoo luttel een drang des harten om inniger in te leven dien alles bezielenden geest van Christus' Bruid. Meer nog, men heeft zelfs recht te klagen, dat de groote menigte van het gemis aan dien geestelijken rijkdom onbewust is geraakt.

Wie verklaart dit alles ? Of wien is het recht duidelijk, dat wij, bij een aanwassende literatuur op veelsoortig gebied, nog zoo arm bleven aan allerlei verhandelingen over den kerkelijken eeredienst en bovenal over het edelste dat de aarde zich denken kan, namelijk het Offer der h. Misse? Toch is het bearbeiden van dit terrein, inderdaad een behoefte onzer dagen.

Want het behoort tot de goede karaktertrekken van onzen modernen tijd, dat het verlangen naar eenige hoogere kennis der liturgische handelingen en gebruiken allengs aanvangt te ontwaken en men zich het niet-vertrouwd zijn met het volle, inwendige leven der Kerk, als een verlies van iets dierbaars begint aan te rekenen. Dit verschijnsel is verheugend en mag wellicht heenwijzen naar een toekomstig, meer geestelijk leven der volksziel!

Sluiten